Plasma of LCD?
De techniek stormt vooruit en de tijd dat een televisie met een beeldbuis ouderwets is, komt steeds dichterbij. Vooral bij de grotere televisies is de kwaliteitsverbetering spectaculair. De markt wordt in kwaliteit gedomineerd door twee types: plasma en LCD.
CRT-, LCD- en plasmaschermen werken allemaal anders
Dagelijks zijn nog heel veel CRT-schermen in gebruik bijv. in TV's, computerschermen, kassa's en video walls. Meer en meer verschijnen uiterst platte schermen voor dezelfde toepassing waar een 'dikke' beeldbuis niet kan worden toegepast, zoals: TV in het hoofdsteun van vliegtuig of auto, electronische camera's etc. Bij de platte schermen onderscheiden we LCD- en plasmaschermen.
LCD-schermen
In tegenstelling tot de conventionele CRT-schermen zenden de LCD-schermen zelf geen licht uit. Eenvoudige displays in bijv. horloges, klokken, GSM-telefoons en barometers maken gebruik van het omgevingslicht. Daardoor gebruiken deze schermen zeer weinig electriciteit. Voor toepassingen waar niet voldoende omgevingslicht beschikbaar is wordt gewerkt met verlichting vanaf de achterzijde van het scherm, het zgn. backlight. Meestal twee TL-buizen die eenvoudig te vervangen zijn. De LCD-technologie is een techniek die sterk in ontwikkeling is.
Tussen twee parallelle dragers bevindt zich een uiterst dunne laag vloeibaar kristal. Op beide dragers worden horizontaal en verticaal elektroden aangebracht van transparant geleidend materiaal. Spanning op een vertical en horizontale elektrode zorgt ervoor dat daar een pixel ontstaat. Vloeibaar kristal kan zich namelijk richten als er spanning op gezet wordt. Het reflecteert het opvallende licht ( bij een scherm dat werkt met omgevingslicht). Staat er geen spanning op, dan is het vloeibaar kristal geen gesloten vlak en valt het licht er doorheen en verdwijnt het niet.
Gekleurde subpixels zorgen ervoor dat kleuren kunnen worden weergegeven.
De afzonderlijke pixels van een LCD-scherm zijn veel kleinere cellen dan de pixels van een plasmascherm zodat er per maateenheid meer pixels passen op een LCD-scherm danop een plasmascherm. Een LCD-scherm heeft nauwelijks last van hinderlijke reflecties op het scherm. Van het opvallende licht wordt slechts 1.5% gereflecteerd.
Een nadeel van LCD-schermen is dat ze relatief traag zijn en dat ze last kunnen hebben van bewegingsvertraging.
Soms kunt u bij aankoop van een klein LCD-scherm volstaan met een kleinere afmeting dan u gewend bent. Door het geringe gewicht van het scherm bestaan er muurbeugels die u bij het kijken een keine meter naar u toe kunt trekken.
Plasmaschermen
De term 'plasma' is niet nieuw. In de electronicabranche staat het woord plasma voor het oplichten van een gas d.m.v. electriciteit zoals de manier waarop fluorescentielamp (TL-buis) en neonlicht werkt. Van hoogspanning als bij een CRT-scherm is dan ook geen sprake. De spanning die wordt gebruikt bedraagt 350 a 400 Volt.
In een plasmascherm zijn tussen twee dunne platen een half miljoen cellen met gas, een mengsel van neon en xenon, aangebracht. In feite zijn het piepkleine tl-buisjes. Plasma cellen kunnen ook alleen 'aan' of 'uit' zijn. Een nieuw scherm met beeld is dan ook 'ineens' helemaal aan.
De cellen zijn voorzien van een fosforcoating die uit de keuren rood, groen of blauw bestaan. Als er spanning op de cellen wordt gezet verandert het glas in plasma en lcihten de cellen op met UV-licht waardoor de gekleurde fosforcoating zichtbaar wordt voor het menselijk oog. De drie gekleurde cellen vormen een pixel, de afzonderlijke cellen worden subpixels genoemd. Die subpixels hebben de RGB-kleuren rood, groen en blauw. Het kleurenbeeld wordt tot stand gebracht door de helderheid te besturen van de indiciduele subpixels.
Het beeld van een plasmascherm geeft een geweldige helderheid mar een sterke reflectie van het ram in het scherm verstoort het beeld enorm. Zonlicht op het scherm is uit den boze. Dat komt omdat het vlak waar u naar kijkt een glazen plaat is.
Digital televisie
Digitale televisie is vandaag de dag werkelijkheid. Maar dat ziet u niet als u een gewone TV gebruikt. Dankzij DVD, satlliet, computer en wat minder bekend, via HDTV en DTV zijn we midden in de digitale revolutie terecht gekomen. Er bestaan twee beeldsystemen die deze digitale bronnen waanzinnig mooi kunnen weergeven: LCD en plasma.
Als u uw prachtige LCD- of plasmascherm aansluit op 'de kabel' sluit u uw digitale TV aan op een analoog signaal dat uw TV gaat 'vertalen' in digitaal. Daar wordt het beeld absoluut niet beter van. En levert uw kabelmaatschappij ook nog een niet optimaal signaal, dan bent u niet beter af dan met een CRT-TV. Alleen met het afspelen van een DVD heeft u dan de hoogste kwaliteit.
Wilt u een televisie-uitzending op uw digitale scherm zo optimaal mogelijk bekijken dan 'moet' u een digitale satellietontvanger kopen. Het aanschafbedrag is relatief laag t.o.v. de prijs van het TV-toestel.

De bioscoop thuis
Natuurlijk is een plasmascherm bij uitstek geschikt voor een Home Theatre syteem. In combinatie met een goede DVD-speler of -recorder, een goede versterker en een set goede luidsprekers haalt u de ultieme bioscoopbeleving in de huiskamer.
Jammergenoeg kopen de meeste mensen maar lukraak een plasmascherm. "Als het maar van een goed, groot merk is" denkt men. Maar vergeet niet er dat er ook andere aspecten zoals oppervlakte van de huiskamer, afstand tot het toestel en de combinatie DVD-speler en TV een belangrijke rol spelen.
Waaraan te denken?
Voordat u overgaat tot het aanschaf van een LCD- of plasmascherm moet u uzelf een paar vragen stellen:
- Wilt u het scherm op een voet plaatsen of aan de muur hangen;
- Er bestaan toestellen zonder tuner, monitoren dus. "De kabel" kunt u dan meestal aansluiten op de DVD-speler/ - recorder die u dan als tuner gebruikt.
- Koopt u een toestel met ingebouwde of een losse tuner?
- De kijkafstand is heel belangrijk. Als u te dicht op het scherm zit, ziet u de individuele pixels, als u te ver weg zit heeft het scherm een hogere resolutie dan uw ogen kunnen waarnemen. Zonde van het geld.
Resolutie, Kijkhoek en Levensduur
De beeldkwaliteit wordt in hoge mate bepaald door de resolutie die wordt uitgedrukt in pixels. Om u wat vergelijkingsmateriaal te geven: een 15" TFT van een laptop heeft meestal de resolutie van 1204 x 768 pixels, een 17" TFT 1280 x 1024.
Soortgelijke resoluties komt u ook tegen bij LCD- en plasmaschermen. Maar er zijn schermen, met name plasmaschermen met veel lagere resoluties.
CRT-schermen hebben een kijkhoek van 180 graden, de meeste plasmaschermen 160 - 170 graden. Dat is een heel verschil met de meeste LCD-schermen waar de kijkhoek 100 - 120 graden is. Een LCD-scherm met een grotere kijkhoek, zoals van Sharp, is duurder in aanschaf dan een vergelijkbaar scherm met een kleinere kijkhoek.
Met een groep voetbal kijken of een filmpje pakken gaat dus met beide schermen uitstekend als u bij de aankoop oplet op de kijkhoek.
Een beeld dat langdurig op een plasmascherm heeft gestaan kan 'inbranden'. De contouren van dat beeld blijven altijd zichtbaar. Daardoor wordt de lichtopbrengst, na jarenlang gebruik wat minder. De levensduur is lang. reken met 30.000 uur, goed voor 15-20 jaar.
Inbranden kent een LCD-scherm niet. De levensduur is: 60.000 uur of 30 - 40 jaar.
Tot slot nog de kenmerken op een rij
| Plasma | CRT | LCD |
| Contrast | Beter | Best | Goed |
| Kleurstoringen | Nee | Ja | Nee |
| Flikering | Nee | Ja | Nee |
| Magnetische interfentie | Nee | Ja | Nee |
| Straling | Nee | Ja | Nee |
| Dikte/ diepte/ volume | Nee | Ja | Nee |